logo
U bent hier: Home Historie
Over ons
Historie
Historie
Het verhaal van de Friese scheepsbouwerdynastie begint met de vermelding dat in 1729 te Zuider Drachten de weduwe van Haycke Pyters met haar zoon Pyter woonde, zij leiden aldaar een 'sober' bestaan. Zoon Pyter Haykes (ca. 1732-1795) is aanvankelijk 'schuytemaackerskneght' doch staat in 1775 te boek als Mr. Scheepstimmerman.

- Scheepvaartmuseum Sneek (hier zijn onder andere veel oude bouwtekeningen te zien van Van der Werff Schepen).
- Tresoar, site met lijst van van der Werff (buitenstfallaat) schepen.

Hij heeft dan een scheepshelling in Noorder Drachten aan de westzijde van de Noorder Dwarsvaart, op de zuidelijke hoek van die vaart en de daarin vanuit het westen uitmondende Hellingwyk. Hij bouwde daar binnenvaartkofjes en andere 'schuitenschepen', welk werk door zijn zoon Hayke Pyters *1761-18130 werd voortgezet. Het is welhaast vanzelfsprekend dat constructeurs des Barques'(Franse tijd) in 1812 bij de verplichte naamsaanneming aangaf de reeds eerder bij hem in gebruik zijnde familienaam Van der Werff voor zich en zijn kinderen te willen behouden. Haykes weduwe Sietske Minnes (ca. 1765-1834) zet de werf aan de Noorderdwarsvaart voort ten behoeve van hun beide zoons Pieter en Minne Haykes. Sietske had de economische wind niet mee in de periode na de Franse tijd, waarin zeker in de landbouw - waar de vrachtvaart sterk van afhankelijk was - malaise heerste.

oud1De werf bouwt dan ook schepen voor eigen rekening die niet verkocht kunnen worden en dan maar aan niet vermogende schippers worden verhuurd . Het is overigens opmerkelijk dat Sietske in 18717 mede-eigenaar wordt van de werf aan het Buitenstvallaat die daarvoor eigendom was van de familie Roorda. Reeds in 1823 doet ze haar part in deze werf weer van de hand. Zowel Pieter Haykes als Minne Haykes van der Werff worden scheepstimmerman, maar Minnen vertrekt naar Kootstertille. Pieter (1790-1825_ was getrouwd met Hinke Ates van Veen en na zijn overlijden op 35-jarige leeftijd zette opnieuw de weduwe van Der Werff de zaak voort. Van hun drie zoons zetten Haike Pieters en Ate Pieters de traditie voort en worden beide scheepstimmerman.

Ate Pieters (1818-1890) wordt de baas op de werf op de hoek van de Zuider Dwarsvaart en de Langewyk, waar naderhand Berend en Bouke Roorda hun opleiding kregen en werkzaam waren. Haike Pietes (1814-1880) wordt onder meer opgeleid bij een scheepswerf in Harlingen . In 1843 wordt hij hellingbaas op de inmiddels definitief verworven voormalige Roorda werf aan het Buitenstvallat onder Drachten. Hij heeft vijf zoons waarvan er drie in het scheepstimmervak terecht komen, te weten Pieter, Oebele, en Rinze. De oudste , Pieter Haykes (1845-1900), komt op de oudste familiewerf aan de Noorder Dwarsvaart, welke werf in ieder geval voor 1940 sluit. Zijn zoon Hayke Pieters (geb. 1870) volgt zijn vaders oom Ate Peiters op, op de werf aan de Langewyk. Op deze werf glijd in 1898 het eerste ijzeren skûtsje het water van de Langewyk in. De werf wordt in 1956 gesloten.

Oebele Haykes (1847-1929) volgt zijn vader op als eigenaar van de Buitenstvallaatster werf . Hij maakt op deze werf de overgang van hout naar ijzer mee en heeft met zijn zoon Jan Oebeles (1876-1958) vele skûtsjes gebouwd. Jan Oebels verkreeg zijn opleiding in de ijzerbouw op een Groninger werf in Vierverlaten. Uit zijn Huwelijk met Tjitske Gurbes Fokkema heeft hij twee zoons, Oebele Haikes (1906-1975) en Gurbe (geb. 1907) die ook beiden aan de werf op het Buitenstvallaat werkzaam zullen zijn. Als skûtsjewerf zal vooral de werf te Buitenstvallaat vermaardheid verwerven. In Hoogtij dagen gedurende de eerste drie decennia van de twintigste eeuw zijn van deze helling vele skûtsjes te water gelaten. In de SKS-skûtsjevloot zijn de 'Buitenstvallaatsters' een begrip, het zijn klassiek prachtig belijnde snelvarende schepen. Ze zijn voor de kenners vooral te herkennen aan de smalle boegjes in de kop. Bovendien is de afwerking van het ijzerwerk van deze werf fraaier en zorgvuldiger dan van welke werf ook. Drie thans in SKS verband meezeilende skûtsjes zijn 'Buitenstvallaatsters' te weten het skûtsje van Joure, van Earnewoude en het Lemster skûtsje. Het Lemster skûtsje, gebouwd in 1930 is het laatste skûtsje bedoeld voor de vrachtvaart dat van deze helling kwam.

oud2Bij het overlijden van Oebele Haike van der Werff in 1974 zette zijn zoon Jan Oebele van der Werff samen met zijn vrouw Meinie van der Werff-van der kooi de werf voort. Naast de nieuwbouw van verschillende typen van der Werff kruisers, Huitema schouwen, Wildsjitters, kotters en vele andere typen, hield de werf zich bezig met de verhuur van motorkruisers en zeilboten. In de jaren tachtig en negentig zijn er nog twee Fallaatster skûtsjes gebouwd bedoeld voor de pleziervaart.

Sinds 2000 wordt de werf geleid door Oebele Haike (Haiko) van der Werff. Momenteel zijn 6 medewerkers bezig met de bouw van twee casco's. Naast nieuwbouw vindt er ook reparatie en onderhoud plaats aan pleziervaartuigen. In de afgelopen acht jaar is gebouwd aan de volgende schepen; voor de Drait Yachting werden o.a. de volgende types gebouwd: de Renal 36 en Renal 40, de Classic 1300, de Impression 1280 en 1400, de Advantage 42 en Advantage De Luxe 42 en de Drait Vlet, ontworpen door Jan Visser. Tevens voor Drait Yachting werden gebouwd de Bravoure 34, 40 en 45, ontwerp Martin de Jager. Daarnaast werden voor Tryvia Yachting gebouwd de Tryvia 1400. Voor jachtwerf Boarnstream: de Boarncruiser 43 classic line en de Boarncruiser 38. Voor Myco Yachting verschillende Myco Kotters, ontwerp Martin Bekebrede. En voor jachtwerf 'Volharding Stavoren' de Sturiër 500 en 520.

Verder is er een jachthaven met 20 openligplaatsen variërend van 4 tot 16 meter lengte. Er zijn 12 overdekte ligplaatsen met een lengte van 10 meter. Daarnaast is winterstalling op de wal op stormvaste bokken mogelijk. Ook is er de gelegenheid uw boot binnen te stallen om zelf onderhoudswerkzaamheden te verrichten.

Overige foto's:
Eerste serie foto's zijn vanaf 1974, toen Jan Oebele Van der Werff eigenaar was van de scheepswerf.